door Louis van Dievel
Het heeft iets vreemds, zo’n laatste aflevering. Er gaan meer zenuwen mee gepaard dan met de eerste. Tom Barman was er. Uit ons rijke beeldarchief had ik nog een diepzinnig gesprek tussen de nog jonge ster en de nog niet zo oude Kristien Hemmerechts opgeduikeld. Angeliek, zo ziet Barman er uit in dat tijdsdocumentje, ook al had hij een pint bij de hand en rookte hij de ene sigaret na de andere. In de studio nog wel, dat mag nu niet meer. Er mag niet veel meer.
Nu zag hij er vooral zenuwachtig uit, en hij was het ook. Ik zag hem bezig tijdens de opwarming, via het binnenkanaal (I Spy!) , geen moment zat hij stil, zijn handen zaten onder elektrische stroom, zijn ogen flitsten alle kanten op. Hij kon, toen het programma eenmaal liep, niet op het einde van de vragen wachten. Onderbrak ook zichzelf voortudurend. Een geniale chaoot. Bij Hemmerechts was hij meer op zijn gemak. Toen speelde hij young bad boy meets mature female writer.
Tijd en tijdsbesef
Pas toen hij bij Phara over tijd en tijdsbesef en beleving van tijd en vergankelijkheid begon te praten, over zijn vader, kwam Barman op dreef. Maar toch lachte hij vaak om zijn onzekerheid te verbergen. Ik denk dat hij maar pas echt op zijn gemak is tussen zijn buddies, zijn muzikanten, zijn crew. Zijn natuurlijke habitat. Er zijn gasten geweest bij Phara en Lieven die zich zichtbaar beter voelden toen hun ‘gesprek’ is afgelopen en ze mee naar de anderen kunnen luisteren en af en toe tussenbeide komen. Barman hoorde daar zeker bij.
De reclameman
Guillaume Van der Stighelen kende ik nog uit primitieve tijden, de eerste week van het eerste seizoen van Morgen Beter. Een performer die wel op zijn gemak zat. Die nooit de antwoorden geeft die je verwacht of die je zou willen. Een eigenzinnige kerel, een tikkeltje arrogant toch, die zijn eigen talenten heel goed kon relativeren. En die er bovendien in slaagde om in drie zinnen duidelijk te maken hoe een goed reclame-idee geboren wordt. Hij moet wel wat zuiniger worden op melige grappen.
Een dapper meisje
Als ik vier jaar geleden een jonge ster was geweest in Athene, en komende zomer de Olympische Spelen aan mij zou moeten laten voorbij gaan ( wegens blessures, onzekerheid, psychische druk, ongemotiveerdheid), ik zou mij niet in een televisiestudio durven vertonen. Ik zou in een hoekje zitten kniezen. Maar Aagje Vanwalleghem lijkt sterker uit die zwarte periode te voorschijn te zijn gekomen. Ze is 21 nu, een tikje zelfzekerder, een tikje harder. Al hoorde ik haar niet graag zeggen dat ze nu ‘over haar apenjaren heen is’. Apenjaren zijn geweldig. Ik hoop dat Aagje Vanwalleghem een geweldige comeback maakt. Maar de tijd is geen bondgenoot voor turnsters, heb ik begrepen.
En overigens heb ik de hele tijd naar Eén zitten te zappen, naar de halve finale van het songfestival. Het festival van de wansmaak. O julissi nog aan toe, wat voor klerezooi en shit werd daar op het podium gegooid. Toch bleef ik stiekem zappen en kijken. Ik ben ook maar een mens. Ja, zelfs ik.
Tags: Louis · columns
door Louis van Dievel
We hebben dEUS, we hebben Arsenal, en we hebben Soulwax. Drie Vlaamse groepen die iets betekenen in het buitenland. Maar Soulwax is uniek. Soulwax zijn twee broers uit Gent die je op straat niet zou herkennen, maar die wereldwijd een hype zijn, die volle zalen trekken met live muziek, met deejaysets, met remixes en hoe al die dingen mogen heten. Stephen en David Dewaele zijn het tegendeel van rocksterren. Maar veel meer dan dEUS zullen ze hun stempel op de muziekgeschiedenis hebben gezet. Dat klinkt hoogdravend, maar het is niet zover bezijden de waarheid.
Als u ouder bent dan 45 kent u ze misschien niet, maar uw kroost kent ze wel. En ik ook, want ik lijd net als Dirk Tieleman aan het Forever Young Syndroom, een gevaarlijke ziekte. In Phara konden Stephen en David Dewaele dan ook zonder overdrijven zeggen: ‘We hebben zonder het te beseffen, zonder er iets speciaals voor te doen, iets bewerkstelligd wat een subcultuur is geworden.’ Dat wat Soulwax brengt, en wat hun honderdduizendkoppige publiek daarvan vindt, is nu vastgelegd in een documentaire, een roadmovie: ‘Part of the weekend never dies.’ Ik heb de dvd al.
Pastoor Munte
Alexander Vandaele wordt in juni tot priester gewijd. Hij is 1 van de 8 jongemannen die dit jaar gewijd worden. Slechts 8 nieuwe priesters erbij in heel België! Als verstokt atheïst juich ik dat absoluut niet toe. Ik ga ervan uit dat priesters idealisten zijn, mensen met een roeping, mensenvrienden, en daarvan zijn er altijd te weinig. Maar ik weet niet of ik de jongeman die bij Phara te gast was een grote aanwinst van zijn professie wordt. Hij vond alles ‘tof’, ook de muziek van Soulwax; hij vond dat kristelijke waarden en normen eigenlijk gewoon menselijke waarden en normen zijn; hij blonk kortom niet uit in visie of passie of begeestering (hoewel dat, geloof ik, een germanisme is). Geef mij maar pastoor Munte. Nog een geluk dat de Soulwax-gebroeders af en toe tussenbeide kwamen met no nonsense opmerkingen over geloof en geloven (en de vergelijking die ze maakten tussen St-Baafs en de Zillion was ook niet slecht) of Alexander Vandaele had mij in slaap gepraat.
Leven met een onhaalbaar doel voor ogen
Ik ben stikjaloers op Jean Paul Van Bendegem. Het is een schitterend idee wat hij heeft gehad: een boek schrijven over de 10 boeken die hij nog zou willen schrijven. Maar die er waarschijnlijk niet van zullen komen. Een boek met als titel ‘Over wat ik nog wil schrijven’, is bijna zo geniaal als ‘De geschiedenis van de wereld in 10 1/2 hoofdstukken’ van Julian Barnes. Maar helaas voor hem zal hij altijd the nutty professor uit De Slimste Mens ter Wereld blijven, the standup comedian onder de hoogleraren, en niet onthouden worden als de scherpe waarnemer, de filosoof die mensentaal spreekt, de geniale docent die hij is. De vergelijking met Rik Torfs gaat op en loopt tegelijk ook mank. Maar wat weet ik van kerkrecht.
Tags: Louis · columns
door Louis van Dievel
Dyab Abou Jahjah is de baarlijke duivel niet, hij is een gladde jongen. Altijd geweest, denk ik daar dan in stilte bij. Nooit laat hij het achterste van zijn tong zien. Niet over wat hij het afgelopen jaar heeft uitgespookt in Libanon, zijn vaderland, niet over wat hij daarvoor deed, na zijn afscheid van de ‘gevreesde’ Arabisch-Europese Liga.
Ik heb respect voor hem, jazeker, tot op zekere hoogte, en zelfs een tikkeltje bewondering. Heeft zich met een vals verhaal ons land binnengepraat als politiek vluchteling, kon door een huwelijk dat niet lang duurde Belg worden, leerde Nederlands op een niveau waarvan de Reyndersen en de Di Rupos van deze wereld alleen maar kunnen dromen. Wierp zich op tot voorman van de Arabisch-Europese Liga, hij die niet eens een Arabier is maar uit een christelijke bevolkingsgroep voortkomt.
Slachtofferrol
Aan branie geen gebrek, denk ik dan. En iemand moest een stem geven aan het protest van de jonge moslims in Antwerpen, die inderdaad gediscrimineerd werden en worden. Maar het bleef bij klachten over al wat de moslims werd aangedaan, altijd verscholen ze zich in de slachtofferrol. Nooit heb ik Dyab Abou Jahjah zijn ‘volgelingen’ horen oproepen om niet op straat rond te hangen maar naar school te gaan, voort te studeren en niet in het internetcafé twijfelachtige radicale boodschappen voor waarheid aan te nemen, toch een job te zoeken, hun zusters en vrouwen niet meer achter te stellen.
Dyab Abou Jahjah praat in slogans, hij dramt maar door. Dat werd op pijnlijke wijze duidelijk bij Phara.
Wat niet wil zeggen dat hij geen eerlijk(er) proces moet krijgen voor het Hof van Beroep.
Hoed af
Hoed af daarentegen voor Herman Stevens, ere-consul voor Myanmar in Nederland, die bij Phara een onmogelijk te verdedigen zaak toch met flegma en verve verdedigde.
En ook chapeau voor Daniël Peterfreund, de woordvoerder van het Forum van Joodse organisaties. Die zich niet kwaad maakte en Abou Jahjah op beschaafde wijze werderwoord poogde te bieden. Die, gevraagd of hij het grote feest voor 60 jaar Israël had bijgewoond, vrolijk liet weten dat hij een dagje aan de Belgische kust had verbleven. Een Belg. Een realist. En vooral, geen fanaticus.
Tags: Louis · columns
door Louis van Dievel
Er zijn allerlei bezwaren in te brengen tegen de aanwezigheid van Louis Tobback in een televisiestudio en ze zijn allemaal terecht. Tobback is eigenwijs, verwaand, koppig, praat tergend traag (voor het medium telelvisie althans) , spint onvoorstelbaar lange zinnen aan elkaar, en spreekt zo luid dat niemand hem in de rede kan vallen. Tobback in de studio halen is een risico. Maar als hij in zijn dagje is, is hij een bron van vreugd.
Als betoverd
Louis Tobback, dames en heren, heeft in de uitzending van Phara, op datum van 6 mei 2008, pas na 21 minuten en dertig seconden zijn eerste woorden gesproken. Ik ben bereid hier onder ede over te getuigen. De 70-jarige pitbull was namelijk met verstomming geslagen door de eerste gast van Lieven Van Gils en Phara De Aguirre: de Perzisch-Nederlandse schrijver Kader Abdolah, vertaler en verteller van het heilige boek der moslims, de Koran.
Tobback luisterde gefascineerd en als betoverd en gebiologeerd naar wat de schrijver met welluidende stem vertelde, verhaalde. Het leek wel een sprookje, en misschien is het wel een sprookje: hoe Kader Abdolah in Amsterdam terecht kwam, hoe hij leerde uit zijn fouten, hoe hij zich zo schuldig voelde voor zijn vrijheid terwijl zijn familileden in Iran gevangen, gedood of mishandeld werden, dat hij zich tot taak stelde om prachtige boeken te schrijven.
Een toegankelijke vertelling
Hoe hij hupsakee de Koran beetpakte en aanpakte en het veertienhonderd jaar oude geschrift vertaalde en hertaalde tot een toegankelijke vertelling van een groot mens, een aardse profeet.
In islamitische landen zou hij voor die heiligschennis onthoofd worden, daar twijfelde Kader Abdollah geen seconde aan. De ayatollahs en imams uit Iran, uit Brussel en uit Holland , zei hij, hebben de koran in gijzeling genomen en hebben alleen de lelijke kanten ervan getoond. ‘Ik heb de Koran bevrijd!’ zei hij zonder enige bescheidenheid. En hij keek in de camera en richtte zich tot de fanatici: ‘Ik heb dit uit liefde gedaan.’
Iedereen stil, Tobback nog het meest.
Wijsheid komt met de jaren
En zou de wijsheid toch met de jaren komen? Wat Tobback zei over Hillary Clinton: ‘Ze is net als ik niet meer in staat om iets nieuws te brengen.’
Wat hij zei toen het over de SP.a en BHV ging: ‘ik sta met plezier mijn spreektijd af aan meneer Abdolah, want die spreekt tenminste over zaken die belang hebben.’
Maar dat meende hij eigenlijk niet, en heel even was hij weer zijn eigen zichzelve, de Tobback die we kennen.
Ik kan me overigens niet herinneren dat ik iets wijzer ben geworden over de communautaire crisis. Terwijl we hem daarvoor gevraagd hadden. Dju toch.
Tags: Louis · columns
door Louis van Dievel
Het is geen zegen om de zoon van iemand te zijn. Arme Thomas Claus. Hij zat daar gestresseerd, gecrispeerd en zenuwachtig te wezen. Achter zijn rug zat een dame de slappe lach te hebben, wat behoorlijk enerverend was. Claus gaf antwoorden van 1 zin, twee zinnen, aarzelde met woorden. Pas nadat Bart Peeters op zijn geheel eigen manier tussenbeide was gekomen, kwam Thomas Claus een beetje op dreef. Maar toch: de man ademde onzekerheid uit. Was daarna een blije en dankbare toeschouwer die mee aan tafel zat.
Fabels van De la Fontaine
Hij was niet de zoon van Jean De la Fontaine, grapte Didier Delafontaine van de Rtbf-radio. Thomas Claus was de eerste die ‘m vatte. Voor het overige heb ik van de journalist alleen maar verstandige taal gehoord. Ook aan Franstalige kant vragen ‘de mensen’ en zelfs de journalisten zich wanhopig af waarmee de politici - ook de eigen politici - bezig zijn. Welk spel wordt er gespeeld? Niemand begrijpt nog een sikkepit van al die geheime agenda’s, van die spaghetti. Delafontaine maakte met veel ironie en bon mots duidelijk dat Franstaligen in hun onbegrip voor het gevaarlijke spel in de Wetstraat, hetzelfde denken als de Vlamingen.
Maar er kwam ook klare taal uit Didier Delafontaine: ‘Leterme is een probleem; aan Franstalige kant begrijpt niemand hem. Hij moet de premier zijn van alle Belgen.’
En Didier Delafontaine bracht nog eens dat beeld van de verkiezingsavond in herinnering: Leterme en Bart De Wever tussen een woud van leeuwenvlaggen. Niet de officiële Vlaamse leeuw, maar ‘de flamingantische’. Daar, in dat decor , had Leterme nooit over ‘vijf minuten politieke moed’ mogen spreken.
Poppenkast
Bart Peeters sprong de Rtbf-journalist daarin volmondig bij. Ook de eeuwig jonge performer sprak redelijk klare taal. ‘Ik ben poppenkastspeler,’ zei hij, ‘en ik zie dat de politiek nu op mijn terrein is gekomen, dat van de poppenkast, van de showbizz.’ En : ‘Leterme is eigenlijk een standup comedian. Wie anders begint de Marseillaise te zingen wanneer hem naar het volkslied wordt gevraagd.’
TV of muziek
Hoe dat nu precies zat met de keuze voor tv of voor muziek heb ik niet goed begrepen, de uitleg van Bart Peeters was nogal omslachtig. Maar voor de rest van de avond en nacht had ik dat wondermooie liefdesliedje in mijn hoofd, uit zijn optreden tijdens de Nekkanacht, komend weekend op uw tv.
‘Zou ik het kunnen zijn misschien vanavond,
zou ik het kunnen zijnmisschien vannacht.
Iemand mag het zijn.
Iemand mag het zijn.
En persoonlijk had ik aan mezelf gedacht.’
Bart Peeters is een krak.
Tags: Louis · columns